(Click here for English.)
Feest van de Kruisverheffing
Johannes 3:13-17
Bezinningen door Zuster Nina Vandamme
De tegenstelling opklimmen / neerdalen fascineert me. De mens, het “ik”, mijn “ik” verlangt op te klimmen, want … ik verlang meer en beter.
Maar … is dit de weg van het evangelie, de weg die Jezus volgt?
De goddelijke weg is de neerdalende lijn. “Hij die bestond in goddelijke Majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God” (Fil. 2, 6). Jezus heeft zijn goddelijke status niet uitgespeeld, noch er zich in verkneukeld! Neen, Hij is afgedaald en onder ons komen wonen als gewone sterveling, net als wij. Hij heeft zich ontdaan van alle macht, eer en aanzien en het bestaan aanvaard van een nederige dienaar, tussen mensen “zonder eer, macht en aanzien”. Hij beschouwt zichzelf als de minste onder de zijnen om dienstbaar te zijn tot het uiterste.
Hoe moet ik mezelf die tegendraadse richting - die de richting van Jezus is - eigen maken?
Het is een opgave die slechts ophoudt te bestaan op het moment dat ik mijn laatste adem uitblaas om voor eeuwig in Hem te zijn.
Als geen ander had Jezus aandacht voor wat rondom Hem gebeurde. Met zijn hele zijn gaf Hij “gehoor” en liet het beste in Zichzelf naar boven komen. Hij putte uit de bron van zijn “JA” aan de Vader, aan de liefde, ook al vraagt dit loslaten, zichzelf wegcijferen, leeg worden van zichzelf en ingaan op het onverwachte, het onvoorziene, de Onvoorziene.
Het is een leeg worden dat “vol” maakt, doet overvloeien van liefde … en deze een menselijk gelaat, handen en voeten geeft, daadkracht om door te gaan. Het is het opkijken naar Hem die ze hebben doorstoken dat ons in leven houdt (zoals Mozes en zijn volk opkeken naar de bronzen slang ). Het is afdalen en opkijken … en door Hem die ons is voorgegaan in de liefde, omhoog geheven worden. God, is geen “onbewogen toeschouwer”, Hij trekt omhoog: “Daarom heeft God Hem hoog verheven en een naam verleend die boven alle namen is” (Fil. 2, 9).
God zond zijn Zoon om mij, om u, om ons te redden.
Durf ik op weg gaan met Hem?
Geloof ik in Hem?
Ben ik bereid de weg van afdalen te gaan met Hem?
Hoe is het met mijn “afdalen”, mijn “vrij worden van” macht, eer en aanzien?
Hoe is het met mijn “gehoor geven” aan wat op mij afkomt doorheen omstandigheden, doorheen medemensen?
Hoe is het met mijn “vol worden” van liefde en in beweging komen om anderen te dienen?
Hoe is het met mijn geloof in God die afdaalt om me te redden en me eeuwig leven wil schenken?
H. Julie Billiart, doe ons de betekenis van dit feest beseffen tot in de diepte van ons hart!
Feast of the Exaltation of the Cross
John 3:13-17
Reflections by Sister Nina Vandamme
I am fascinated by the opposed concepts of climbing upwards and coming down from on high. Humankind, the ‘me’ inside all of us, our Egos, want to go onwards and upwards, because … we all aspire to greater and better things. But … is this the way of the Gospel? Is this the path which Jesus followed?
The divine path is the descending line. ‘He who existed in the form of God, did not consider equality with God a thing to be grasped’ (Phil. II, 6). Jesus chose to renounce his divine status. He did not wish to hold on to it for himself! No, He descended from on high and came to live among us as an ordinary mortal, just like us. He divested himself of all power, honour and respect and accepted the status of a humble servant, among men ‘without honour, power or respect.’ He regarded himself as the lowliest of those in his company so as to be able to serve them with every fibre of his being.
How should I embrace the direction that goes against the current – which is the direction of Jesus?
It is a ceaseless task that only ends at the moment that we give out our final breath to dwell forever in Him.
No one was more aware of what was going on around Him than Jesus. He ‘listened’ with His whole being and dug deep to pull out the very best of Himself. He drew the very last drop from the well-spring of his commitment to the Father and to love, even if this meant letting go, effacing Himself, emptying Himself of his Ego and surrendering to the unexpected, the unforeseen, the Unknowable.
This is an emptying of self that ‘fills’ us – that causes us to overflow with love … and gives love a human face, hands and feet - an energy that imbues us with the strength to go on.
It is looking up in veneration to Him who was nailed to the cross that keeps us alive (just as Moses and his people lifted their eyes to the bronze snake). It is coming down from on high and looking up in reverence… and being raised aloft by Him who has gone before us in love. God, is no ‘unmoved observer,’ He pulls us upwards: ‘Wherefore God also hath highly exalted him, and given him a Name which is above every name.’ (Phil. II, 9).
God sent his Son to save me, to save you – to save us all.
Do I dare to walk with Him?
Do I believe in Him?
Am I prepared to walk the descending path with Him?
Am I really ‘descending’ and ‘freeing myself’ from power, honour and respect?
Am I really ‘listening’ and open to what comes to me through circumstances and through the actions of my fellow human beings?
Am I really letting myself ‘be filled’ with love and do I really act in order to serve others?
Do I really believe in God who came down from on high to save me and who will grant me eternal life?
St. Julie Billiart, help us feel the meaning of this celebration in the very depths of our hearts!
(Scroll down for English.)
Johannes 3 , 13-17
En niemand is opgevaren in den hemel, dan Die uit den hemel nedergekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in den hemel is. En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden; Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.
John 3:13-17
And no one has ever gone up to heaven but he who came down from heaven, the Son of man. As the snake was lifted up by Moses in the waste land, even so it is necessary for the Son of man to be lifted up: So that whoever has faith may have in him eternal life. For God had such love for the world that he gave his only Son, so that whoever has faith in him may not come to destruction but have eternal life. God did not send his Son into the world to be judge of the world; he sent him so that the world might have salvation through him.
This is the Gospel of the Lord.
 |
Sister Nina Vandamme |
(Scroll down for English.)
Nina Vandamme werd geboren te Antwerpen in België: ze trad in bij de Zusters van O.-L.-Vrouw op 8 september 1967. Voor haar intrede onderwees ze 3 jaar in het eerste leerjaar van een lagere school in Antwerpen. Na haar noviciaat onderwees ze 9 jaar in het eerste leerjaar van het O.-L.-Vrouwinstituut te Berchem. In dezelfde school werkte ze tevens 9 jaar als taakleerkracht voor leerlingen met leermoeilijkheden. Daarna werd ze gezonden als directrice voor de basisschool in het Instituut O.-L.-Vrouw te Antwerpen.
Hoe is het met mijn “afdalen”, mijn “vrij worden van” macht, eer en aanzien?
Hoe is het met mijn “gehoor geven” aan wat op mij afkomt doorheen omstandigheden, doorheen medemensen?
Nina Vandamme was born in Antwerp in Belgium: she entered the Sisters of Notre Dame at the 8th of September 1967. Before entering the Sisters of Notre Dame, she taught for 3 years at the first year of a primary school in Antwerp. After her novitiate, she taught for 9 years at the SND primary school in Berchem again in the first year and worked for another 9 years as a remedial teacher for children with learning difficulties in the same school. After that she was missioned as a principal to the primary school and kindergarten of Antwerp for 13 years.
Sr. Nina is very grateful for what she has been able to learn from children. She says: “They have been my teachers. I sometimes wonder who was teaching whom: did I teach them or did they teach me?” She responds: “The answer is probably: ‘a bit of both’, but at all events I owe them a great debt--especially, those who challenged me to keep searching until I found what they needed and refused to let me give up.”