Jn 8, 1 – 11
Jezus komt van de Olijfberg, vroeg in de morgen. Meestal geeft dit aan dat Hij alleen wilde zijn om verbonden met zijn Vader, aan zijn opdracht te beginnen in de tempel. Hij gaat zitten en mensen luisteren geboeid naar Hem. Schriftgeleerden en Farizeeën vervoegen de toehoorders, samen met een vrouw die ze betrapt hebben op overspel en waarvan de wet van Mozes zegt dat ze moet gestenigd worden. Voel je wat er zich afspeelt in de groep toehoorders? Welke gevoelens komen naar boven, in u, in mij? Kan je jezelf een situatie voorstellen waarbij je deel uitmaakt van een gelijkaardige situatie en waarbij iedereen je aanstaart? De misstap van de vrouw wordt in het openbaar gegooid. De vrouw wordt te kijk gezet.
Alle vingers wijzen in de richting van de vrouw. Welke gevoelens spelen bij haar? Sta daar maar in het midden van een kring terwijl alle ogen op jou gericht zijn.
De Farizeeën en Schriftgeleerden “gebruiken de vrouw als list” om Jezus in de val te lokken en Hem te kunnen aanklagen. Ze vragen Jezus naar zijn oordeel i.v.m. de wet van Mozes. Volgens die wet moet de vrouw gestenigd worden. Ze vragen Jezus wat Hij ervan vindt om de vrouw dus te stenigen. Jezus richt zijn blik noch op de vrouw, noch op de Farizeeën en Schriftgeleerden, noch op de menigte, Hij buigt zich voorover en schrijft in het zand. Wat is de betekenis van dit gebaar? Is het omdat Hij contact zoekt met zijn Vader? Of wil Hij een voorbeeld stellen en de blik eerst proberen bij te stellen? Het schrijven en het wachten op een antwoord irriteert de Farizeeën en Schriftgeleerden en ze dringen bij Hem aan. Jezus doet hen stilstaan bij zichzelf en van de vrouw wegkijken, om eerst de blik op zichzelf te richten om te onderzoeken en zich af te vragen waar de eigen zondigheid zit. Het is zo gemakkelijk om de zondaar aan te wijzen met de vinger, en de eigen zondigheid buiten beschouwing te laten. Die zonder zonden is, mag eerst een steen werpen op de vrouw. Jezus buigt zijn hoofd opnieuw en schrijft op de grond.
Een totaal onverwacht antwoord van Jezus. Ze hadden gehoopt Hem te strikken, maar Jezus maakt zijn belofte waar: “Hij is niet gekomen om de wet en de profeten af te schaffen maar om deze te vervolmaken” (Mt. 5; 17) .
Het wordt stil, de kring die de vrouw omsluit wordt langzaam afgebroken, één voor één druipen ze af tot de kring verdwenen is.
Wat gaat er om in de vrouw die betrapt werd. Stel je voor dat jij daar staat of ik. Welke gevoelens bekruipen ons?
Uiteindelijk kijkt Jezus op en richt zijn blik op de vrouw, met een vraag: “Heeft niemand je veroordeeld?” Je voelt de spanning bij de vrouw: “Waar mag ik me nu aan verwachten?”
Jezus is spaarzaam met zijn woorden, veroordeelt niet, maar spreekt woorden van bevrijding: “Ga naar huis …”, wat een opluchting! Dit had de vrouw niet voor mogelijk geacht. Alhoewel Jezus zonder zonde is werpt Hij geen staan. Hij geeft haar enkel mee: “Zondig vanaf nu niet meer”, een goede raad en een verlangen van Hem, geen veroordeling.
Bezinning:
-Elke dag worden we geconfronteerd met de verleiding om te veroordelen. Hoe gaan we daarmee om? Laten we ons leiden door eerste impulsen? Of kunnen we zeggen: “Stop”, en eerst inkeren in onszelf en bewust worden van de eigen zwakheden? Het maakt milder.
-Onze Stichteres Jullie Billiart zei ooit: “Ik wil God als mijn rechter”. Deze uitspraak in herinnering brengen kan ons behoeden een rol te willen spelen als rechter, een rol die we ons niet mogen toe-eigenen.
Jn 8, 1 – 11
Jezus ging naar de Olijfberg. Maar vroeg in de morgen kwam hij weer in de tempel aan, en alle mensen kwamen naar hem toe, en hij ging zitten en onderwees hen.
Toen brachten de schriftgeleerden en de Farizeeën een vrouw die op overspel was betrapt, en ze lieten haar in het midden staan. Ze zeiden tegen hem: Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt toen ze overspel pleegde. Nu heeft Mozes ons in de wet bevolen zulke vrouwen te stenigen. Wat zegt u dan? ’ Ze zeiden dit om hem op de proef te stellen, zodat ze een aanklacht tegen hem konden indienen.
Jezus boog zich voorover en begon met zijn vinger op de grond te schrijven. Maar toen ze hem bleven ondervragen, richtte hij zich op en zei tegen hen: Laat degene onder u die zonder zonde is, de eerste zijn die een steen naar haar gooit. ’ Weer boog hij zich voorover en schreef op de grond. En als antwoord gingen ze een voor een weg, te beginnen met de oudsten. Zo bleef hij alleen achter met de vrouw die voor hem stond. Toen richtte Jezus zich op en zei tegen haar: “Vrouw, waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld?” Zij antwoordde: “Niemand, mijnheer.” Toen zei Jezus: “Ook Ik veroordeel u niet. Ga heen en zondig van nu af aan niet meer.”
Het Evangelie van de Heer.
